Geschiedenis

BOTANIQUE: MEER DAN EEN KWARTEEUW!

"Waarde – wordt wel eens gezegd – komt niet met de jaren." Maar dat klopt niet altijd! Tussen de Botanique en Brussel is er steeds een onmiskenbare verstandhouding geweest. Die was niet altijd even innig. Oordeel zelf…

Alvorens vadertje Hugo, die goeie Victor van "Waterloo, trieste en doodse vlakte", dat gezanik uit de schoolboeken, in Brussel zijn prachtige "Misérables" schreef, verklaarde hij – als verlicht persoon en fijnproever –: "Brussel heeft twee wereldwonderen: de Grote Markt en het panorama van de Kruidtuin."

De Grote Markt heeft haar locatie en haar omtrek behouden, midden in een stad die schommelt tussen een provinciaal, goedmoedig en bekoorlijk stadje, en buitensporigheden op zijn Amerikaans. Het panorama van de Kruidtuin is, helaas voor ons, verleden tijd. De stad heeft deze groene zone in ijltempo ingenomen. En, erger nog, de kriskras aangelegde lanen en gebouwen hebben de tuin herleid tot de ondergeschikte rol van een groenzone, geprangd tussen onontwarbare verkeerskluwens.

Die goeie ouwe Kruidtuin kon de genadeslag echter ontkomen en heeft haar mooiste pronkstukken weten te bewaren: haar groene tuin en haar glazen gebouw, waar iedereen nog steeds weg van is, net zoals onze voorvaderen er weg van waren.

Binnenshuis is de Kruidtuin echter niet meer wat ze ooit was.

Een kwestie van woordenschat? Van haar oorspronkelijke kweekculturen – werd het witloof daar trouwens niet uitgevonden? – tot de cultuur die ze inmiddels verdedigt, is er een heel verschil qua inhoud, hoewel over beide een troubadoursgeest waart…

Van 1829 tot 1939 was het een plaats van wetenschap en botanische studies, daarna werd het gebouw veertig jaar lang wat aan zijn lot overgelaten, en bijna een halve eeuw later werd het omgetoverd tot een ruimte voor cultuur en verbeelding. Om op 23 januari 1984 het cultureel centrum van de Franse Gemeenschap van België te worden. Bingo: al een kwarteeuw beleven we dat elke dag opnieuw.

Welke balans kunnen we opmaken? Vergeleken met de diversiteit aan disciplines die aanvankelijk werden afgetast, is de Botanique meer dan ooit gericht op muziekconcerten en plastische tentoonstellingen. Sterker nog, gezien het aantal activiteiten de afgelopen vijftien jaar exponentieel is toegenomen, gaat ze er prat op een van de actiefste en drukst bezochte culturele centra in België te zijn.

Laten we de kaarten op tafel gooien. Vandaag is de Bota elk jaar goed voor:

  • Meer dan 280 concerten
  • Een tiental tentoonstellingen en activiteiten rond plastische kunsten. 30% ervan hebben betrekking op fotografie, een trendy medium.
  • 100.000 toegangskaartjes.
  • Les Nuits Botanique in mei: meer dan 60 concerten verzorgd door meer dan 110 artiesten gedurende 10 dagen.
  • In totaal 560 artiesten uit alle disciplines, waarvan bijna 35 % uit België komt en het merendeel uit Wallonië en Brussel.

 

Een vleugje geschiedenis…

U moet weten dat de Botanische tuin van Brussel een voorloper had die zich in de Ruysbroeckstraat bevond, in het voormalige paleis van Karel van Lotharingen. De tuin werd omstreeks 1826 verjaagd uit deze vredige en geurige haven omdat hij met onherstelbare schade werd bedreigd door de eerste houweelslagen van de onvermoeibare slopers. Destijds was het jonge België van plan zijn Koninklijke Bibliotheek uit te breiden, de stadsomwallingen te slopen, en in te stemmen met de stedenbouwkundige wijzigingen die een land in volle economische ‘boom’ waardig waren.

Enkele liefhebbers, kapitaalkrachtige redders maar doorgaans zonder stem in het kapittel, wendden al hun overredingskracht aan om de creatie van een nieuwe botanische tuin te financieren. Deze keer aan de rand van de stad. Schaarbeek was toen maar een dorp en het is daar, tussen de poort van de latere ezelsgemeente en de Keulse Poort (het huidige Rogierplein), dat De Koninklijke Maatschappij voor Tuinbouw der Nederlanden haar keuze liet vallen op zes hectare verse grond. De gebouwen en de tuin werd aangelegd door de architect Charles-Henri Petersen en ingehuldigd op 1 september 1829. We zijn de dans mooi ontsprongen!

Maar alle geluk heeft ook zijn keerzijde. Door de chaotische financiële problemen werden de beheerders al snel gedwongen een plantenhandel op te zetten. Fair trade? De didactische en wetenschappelijke bestemming van de tuin lijkt van meet af aan bedreigd.

Gelukkig grijpt de Staat als goede huisvader in en koopt het geheel in 1870. Zo worden – voor een poosje! – het panorama, de wetenschappelijke bestemming, de publieke promenade gegarandeerd. De Kruidtuin beleeft zijn Gouden Eeuw… Die een dikke halve eeuw duurt.

Want dan rukt de stad onverbiddelijk op. Zonder respijt. Al snel zorgen ook de kleine afmetingen van de locatie voor een impasse. Te meer daar in het interbellum de tijd rijp is voor nieuwe projecten. Voor de aanleg van de Noord-Zuidverbinding bijvoorbeeld. En die impasse wordt een lijdensweg. De Botanische tuin als dusdanig moet uitwijken naar het domein van Bouchout, in Meise. Dat gebeurt in 1939. Wanneer de oorlog al voor onze deur staat.

We hadden het kunnen weten: niets kan de vooruitgang tegenhouden. Tenminste, een vooruitgang die voor ons wordt uitgebroed door besluitnemers en ondernemers die maar al te graag successen op hun hoed willen spelden, successen waar hun hoofd soms van gaat tollen… En waar wij ons gek, boos, ontgoocheld, verbijsterd, machteloos bij voelen.

Na de Tweede Wereldoorlog wordt er nog verder geknaagd aan de resten van deze troosteloze tuinbouwkundige getuigenis in het stadscentrum.

Door de aanleg van de Kleine Ring en de Sint-Lazaruslaanwordt de locatie zelfs in twee delen gesplitst.

Voorlopig komt de genadeslag er niet. Integendeel, er wordt gratie verleend wanneer de Franse Gemeenschap zich in februari 1979 meester maakt van de site. De oude Kruidtuin zal eindelijk heropleven. Maar op een andere manier…

 

Van 1984 tot vandaag

Maar hoe kan je een wetenschapsinstrument omvormen tot een showzaal die, bijgevolg, nauwgezet moet voldoen aan de isolatie- en veiligheidsnormen voor publieke ruimtes?

De locatie is geklasseerd, het buitenaanzicht van het gebouw zal intact bewaard worden. Aan de binnenkant wordt het respect voor de specifieke kenmerken van de ruimtes verzoend met de vereisten van een renovatieprogramma.

Het cultureel centrum van de Botanique wordt ingehuldigd op 24 januari 1984 en ontpopt zich al snel tot een bevoorrechte ruimte voor ontmoetingen en uitwisselingen tussen artiesten uit Brussel, Wallonië en elders.

En van meet af aan wordt de diversiteit aan activiteiten een prioriteit: plastische kunsten, theater, muziek, film, dans. Het centrum bestrijkt alle disciplines.

Tijd om het lof te zingen:

  • in 1986, eerste festival van het chanson in de Franse Gemeenschap;
  • van 1988 tot 1990, film- en muziekfestival, "Eté Botanique", gevolgd door "Le Botanique fait sa rentrée" en, in september 1995, de eerste editie van Les Nuits Botanique;
  • een greep uit de tentoonstellingen: retrospectieve Félicien Rops (1985), Topor (1989), het uitvindersgenie van Nadar (1995), de grafische producties van de dichter Henri Michaux (1995), de subversieve creativiteit van Jean Dubuffet (1996), de foto's van het Agentschap Magnum (1993 en 2001), de creatieve rijkdom rond René Magritte (1997), de mythische foto's van Henri Cartier-Bresson (1998)… En, meer recent, tentoonstellingen van Bettina Rheims, Elliott Erwitt, "Blow Up", Michel Vanden Eeckhoudt, "Congo op weg", "Chaplin in beelden"… 
  • een trendy muzikale programmering van halverwege de "nineties": Oasis, dEUS, The Smashing Pumpkins en Jeff Buckley…

 

Geconfronteerd met een dergelijke overvloed aan activiteiten gaat de Botanique zich gaandeweg specialiseren: muziek en plastische kunsten komen op de eerste plaats!          

Zonder evenwel de andere sectoren te verwaarlozen. Parallel daarmee stelt het centrum zich open voor coproducties en samenwerkingen met gespecialiseerde partners: theater, dans, film en opvoeringen voor een jeugdig publiek vervolledigen de affiche.

Begin 2000 neemt de Botanique het Koninklijk Circus over en renoveert het tot een polyvalente en moderne ruimte die onderdak kan bieden aan allerhande spektakels. Dankzij zijn zaal met 2.000 plaatsen kunnen ook bekende artiesten geprogrammeerd worden, waardoor in een klap een veel breder publiek bereikt wordt.

Vandaag is het Koninklijk Circus opnieuw onafhankelijk maar het blijft de bevoorrechte partner.